Taalgebruik als lesgever: waar let je op?
Vind je de taalvaardigheid van je studenten belangrijk? Dan is je eigen taalgebruik verzorgen een eerste onontbeerlijke stap, of je nu lesgeeft in het Nederlands dan wel in een andere taal. Deze tip gaat dieper in op hoe je je Engelse of Nederlandse taalvaardigheid kan optimaliseren en hoe je van je taalgebruik een voorbeeld voor je studenten maakt.
Welke taalvereisten zijn er voor lesgeven in het Nederlands of in een andere taal?
De onderwijstaal aan de UGent is het Nederlands. Je kan ook andere onderwijstalen gebruiken, maar daarvoor zijn decretale voorwaarden vastgelegd en moet je een goedkeuringsprocedure doorlopen. Je kan als lesgever dus niet zelf de onderwijstaal van je vak wijzigen. Er is een procedure om anderstalige opleidingsonderdelen in Nederlandstalige opleidingen aan te bieden en een procedure om volledig anderstalige opleidingen aan te bieden. Alle informatie en een stappenplan vind je terug in het Vademecum studieprogramma’s.
Ongeacht of je lesgeeft in het Nederlands, het Engels of een andere taal, moet je kunnen aantonen dat je de taal waarin je doceert beheerst op het ERK-niveau C1. Ook dat is een vereiste die bij decreet wordt opgelegd en geldt voor alle verantwoordelijk lesgevers. Het ERK-niveau C1 kan je als volgt aantonen:
- ENGELS:
- de ITACE-taaltest. Die test is ontwikkeld door de talencentra van de UA, UGent en KULeuven en is specifiek afgestemd op doceren in een academische omgeving.
- de TOEFL iBT-test met minimumscore 110,
- de IELTS-test met minimumscore 7,
- de Cambridge ESOL-test met minimumscore 67 van minimumniveau CAE (Certificate of Advanced English).
- Gelijkwaardige diploma’s: je hoeft geen taaltest af te leggen indien je beschikt over een Engelstalig diploma secundair onderwijs of een bachelor- of masterdiploma of doctoraat uitgereikt door een Engelstalige instelling of een masterdiploma taal en letterkunde of toegepaste taalkunde met een talencombinatie Engels.
- NEDERLANDS:
- de ITNA-taaltest. Die test is ontwikkeld door de talencentra van de UA, UGent en KULeuven en is specifiek afgestemd op doceren in een academische omgeving.
- de CNaVT-test (Certificaat Nederlands als Vreemde Taal), profiel EDUP (Educatief Professioneel);
- een getuigschrift uitgereikt door een CVO (Centrum voor Volwassenenonderwijs), richtgraad 4;
- een certificaat Nederlands voor anderstaligen 6 van een UCT (Universitair Talencentrum).
- Gelijkwaardige diploma’s: je hoeft geen taaltest af te leggen indien je beschikt over een Nederlandstalig diploma secundair onderwijs of een bachelor- of masterdiploma of doctoraat uitgereikt door een Nederlandstalige instelling.
- Goed om weten:
- Taalbewijzen kan je zelf via Apollo toevoegen aan je personeelsdossier (Personeel > Mijn gegevens > Tabblad 'Onderwijs').
- De taalvereisten zijn niet van toepassing op gastprofessoren.
Hoe optimaliseer je als lesgever je Engelse of Nederlandse taalvaardigheid?
- Optimaliseer je Engelse taalvaardigheid in de cursus ‘Lecturing skills in English’ van het UCT. Die cursus focust zowel op taalvaardigheid, als breder op communicatieve vaardigheden voor lesgevers die in het Engels doceren. Of: via de training van Team Onderwijs- en Opleidingsondersteuning ‘Introductory Teacher Training’.
- Optimaliseer je Nederlandse taalvaardigheid in:
- een cursus 'Nederlands voor anderstaligen niveau 6' van het UCT. Die bereidt je voor op het C1-certificaat.
- een workshop ‘Taalontwikkelend lesgeven’ op maat van de opleiding. Boek die via onderwijs@ugent.be
Hoe wordt je taalgebruik een voorbeeld voor studenten?
Geef het goede voorbeeld aan studenten door in de eerste plaats transparant te zijn in je communicatie, zowel op papier (in je cursusmateriaal, bij je schrijfopdrachten en bij examens) als tijdens je werk- en hoorcolleges. Besteed tijdens die colleges bovendien ook aandacht aan inclusief taalgebruik.
Je studiemateriaal
Zorg ervoor dat je studiemateriaal een voorbeeld is van wat jij verwacht van je studenten. Ga na of de structuur goed zit, of de nieuwe vakterminologie wordt uitgelegd en of er geen taal(zorg)fouten in staan. Je kan feedback vragen op je studiemateriaal via taalbeleid@ugent.be. De talenbeleidsmedewerkers lezen je cursusmateriaal na, en geven suggesties voor verbetering. Je kan hiervoor ook een GenAI-tool gebruiken.
Je schrijfopdrachten
Zorg ervoor dat je heldere en volledige richtlijnen geeft bij elke schrijfopdracht. Een bad practice is bijvoorbeeld “Schrijf een vulgariserend essay over een onderwerp naar keuze over het Midden-Oosten in 2000 woorden.” Immers:
- Voor studenten is het niet duidelijk wat jij met “vulgariserend essay” bedoelt. Verduidelijk dat begrip of breng aan waar studenten meer informatie kunnen vinden. Ook een “onderwerp naar keuze” is voor studenten, zeker in de eerste jaren, veel te vaag. Help hen om een onderwerp af te bakenen. Bouw op: steek een leerlijn in de opdrachten.
- Er ontbreken in dit voorbeeld ook heel wat duidelijke richtlijnen. Definieer bij elke opdracht steeds deze zes aspecten:
- de lengte van de taak
- de doelstellingen: Wat is het doel van de schrijftaak? Welke competenties worden beoogd? Bij welke eindcompetenties sluit de opdracht aan?
- de randvoorwaarden: Gebeurt de opdracht individueel of in groep (en hoe dan precies)? Hoeveel tijd neemt de opdracht in beslag?
- de inhoudelijke verwachtingen: Wat is een vulgariserend essay? Wie is het doelpubliek? Welke onderdelen zijn verplicht? Waar is eigen inbreng mogelijk?
- de vormelijke verwachtingen: Wat verwacht je van structuur, lay-outvereisten, titelpagina, referentie?
- praktische afspraken: Wat zijn de deadlines? Mag je een eerste versie indienen die nog niet wordt gequoteerd maar waarop je feedback krijgt? Wat zijn de beoordelingscriteria? Welke plagiaatprocedures gelden er? Welke begeleiding kunnen ze krijgen?
Je examens
Formuleer je examenvragen helder en gestructureerd. Ga na of het nodig is om er een context aan toe te voegen. Bedenk dat dat soms verwarrend kan zijn, bijvoorbeeld voor anderstalige studenten. Lees de onderwijstips over examenvragen opstellen.
Je hoor- en werkcolleges
- Formuleer academisch (leg de lat wat hoger), maar wees je bewust van je taalgebruik. Bied synoniemen aan wanneer je moeilijkere termen gebruikt. Maak het niet onnodig moeilijk. Een (Gen)AI-tool kan je helpen om in kaart te brengen welke woordenschat uit jouw studiemateriaal moeilijk kan zijn voor je doelpubliek. Upload je slides en/of syllabus in Copilot (waar je ingelogd bent met je UGent-account) en vraag naar te academische woordenschat die extra uitleg vereist.
- Structureer je lessen. Grijp terug naar vorige lessen en situeer waar je je bevindt in de leerstof.
Meer weten?
- Over de taalregeling lees je meer:
- in artikel 39 (over anderstalige opleidingen), artikel 45 (over de taal van de opleidingsonderdelen), artikel 58 (over de taal van de evaluatie) en artikel 59, §1, 3° (over de taal van de masterproef) van het OER (het Onderwijs- en Examenreglement).
- op de webpagina met taalvereisten voor lesgevers.
- In de Codex Hoger Onderwijs: hoofdstuk 8 : artikels II.260 tot en met II.272
- In het vademecum studieprogramma’s
- Lees meer over kwaliteitsvol studiemateriaal in de onderwijstip Studiemateriaal: hoe maak je dat helder en toegankelijk?
Laatst aangepast 30 juli 2026 14:17